Vergaderen in je fantasie

Vergaderen in je fantasie

Op mijn werk werd ik laatst in de vergaderlocatie geroepen. Een saaie, beige ruimte met grijze panelen op het plafond, grijze tafel en grijze stoelen. Saai. Één enkel zielig plantje in de hoek, waarvan ik niet eens wist of hij wel echt was. De baas wilde een nieuwe marketingstrategie doornemen met het marketingteam, maar ik kon niet anders dan wegdromen…

Mijn vergaderruimte

Ik dacht aan alle keren dat ik in deze vergaderzaal heb gezeten. Toen Maud ontslag nam, na haar slippertje met de baas. De verjaardag van Marie, de secretaresse. De eindeloze ontelbare vergaderingen die ook via de mail besproken konden worden. Soms denk ik dat mijn manager het gewoon fijn vind om zichzelf te horen praten.
Uit mijn ooghoek zag ik dat hij iets op het whiteboard kalkte. Een oud whiteboard, met vlekken en strepen die nooit goed eraf zijn gegaan. Hier en daar een vaag woord, waar iemand per ongeluk een marker had gepakt in plaats van een uitveegbare stift. Er werken hier geen genieën. Ik keek om me heen. Tegenover mij draaiden twee collega’s met hun draaistoelen. Een andere collega zat op zijn telefoon, en drie anderen keken met een glazige blik naar het whiteboard. Er waren geen ramen, geen frisse lucht, alleen TL-lampen en een oorverdovend gezoem waarvan niemand wist waar het vandaan kwam.

Betere vergaderlocatie

‘Heb ik jullie aandacht?’ riep de manager, en ik draaide terug. ‘Ja,’ knikte ik. ‘Nee,’ dacht ik. Als ik de ontwerper van deze ruimte was geweest, had ik het heel anders gedaan. Modern, wit, rust. High-tech apparatuur, een beamer, surroundsound. Een grote tv die altijd aanstond met de nieuwste marketingweetjes of quotes. Koffie en thee in het midden, planten voor de zuustof bij de ramen. In een fantasieloze ruimte ga je al snel je fantasie gebruiken. Ik keek naar de panelen op het plafond. Op sommigen zaten kleine zwarte stippen. Hoe kwamen die daar? Was dat zo bedacht? De stipjes leidden me af. Ik begon ze te tellen. Het waren er wel vierendertig!
Een collega keek naar me en knipoogde. Toen de manager zich omdraaide, gooide hij het potlood die hij in zijn mond had zo hard als hij kon omhoog, tegen het plafond. Door de stof van de panelen maakte het geen geluid. Hij ving het potlood behendig op, en keek weer serieus voor zich uit. Ik heb de gehele inhoud van de meeting daarna gemist. Ik kon alleen maar denken aan hoe goed ons team had kunnen zijn, met een betere vergaderlocatie.


Reageren is niet mogelijk.